Marie, voor altijd

We zaten op de werkplek van mijn moeder, zij en ik, samen zwijgend te werken. Kleien, of eigenlijk moet je zeggen boetseren, vind ik vreselijk, maar van decoreren word ik heel blij.
Dus mijn moeder zat te prutsen aan een nieuw werk en ik was eerder door haar gemaakte objecten aan het versieren. Zoiets haalt de kunstenaar die ik ben in me naarboven: het moet zoals het gaat en het moet helemaal goed zijn.
Urenlang zaten we daar, naast elkaar aan tafel, zwijgend te werken. De hond lag op haar vaste plek op de bank te slapen, de Marley maakte muziek.

Het was fijn om op die manier sinterklaas te vieren, want we hadden allemaal erg tegen deze sinterklaas op gezien. Zoals mijn moeder beschrijft op toenwashetstil: we begonnen ooit met zijn zevenen en we zijn nu nog met zijn drieën; zo’n feestdag doet alleen maar pijn, als je die krampachtig wilt gaan vieren.
Dus we zouden uit gaan eten met zijn drieën, maar dat werd een late lunch, want we moesten voor vijf uur dat restaurant uit zijn. En toen kwamen er nog meer complicaties bij, alsof ook niets bij ons een beetje gewoon kan verlopen, want de opa van Becky, de vriendin van Vijf, lag ineens op sterven.
Becky helemaal overstuur natuurlijk en Vijf was daar nodig om haar bij te staan. Dus opeens waren m’n moeder en ik nog maar met zijn tweeën. We nodigden Becky wel uit voor de sinterklaaslunch en toen gingen we heel hard hopen dat die opa niet precies voor of tijdens die lunch dood zou gaan. Dat deed hij gelukkig niet.
Het was dus gewoon ouderwets gezellig, wij zijn nog altijd in staat om in heel zware tijden heel veel plezier te maken – al houden we ons netjes in met het maken van foute grappen als het de dierbare van iemand anders is die doodgaat. Becky hoort al twee jaar bij ons, ze kent ons inmiddels, maar toch.

We kwamen dus om vijf uur thuis na ons etentje en toen waren we een beetje in de war. Vijf en Becky vertrokken naar haar huis en mama en ik kwamen dus volgegeten in een donker huis aan en het voelde heel erg alsof het bedtijd was, maar het was dus nog middag.
Toen gingen we maar verder kleien (zij) en decoreren (ik).
En dat was fijn en rustig.
Totdat opeens dat ene nummer langskwam.
In de week tussen het overlijden en het begraven van Bas kwam dat nummer ook opeens langs, terwijl we in de auto zaten, op weg naar Bas. Mijn moeder moest toen heel erg huilen en zei: ‘Dit nummer moeten we ook draaien op de uitvaart!’
Zo geschiedde. Er werd wat geschoven in de afspeellijst en dat nummer werd gedraaid. En iedere keer als we het horen, raakt het opnieuw.
Dus m’n moeder begon opeens te praten: ‘Heb jij nou ook dat je tegenwoordig ineens héél erg kan schrikken als je beseft dat Bas er niet meer is?’
Ik schrok, het voelde alsof ik een stomp in m’n maag kreeg en ik viel helemaal stil.
Dus m’n moeder keek op: ‘Marie??’
Ik kon oprecht even helemaal niks meer zeggen. M’n moeder sloeg een arm om me heen en toen moest ik zo ontzettend huilen.
Ik huil dus echt bijna nooit en dat zei ik ook: ‘Ik huil nooit, alleen als jij weer wat zegt.’
‘Dat is mooi,’ antwoordde ze opgewekt, al zag ik ook tranen in haar ogen staan, ‘die tranen moeten er toch een keertje uit.’
En we praatten verder. Want we vinden het allebei zo gek.
Misschien is er iemand die dit leest, die dit kan uitleggen. Is dit een fase ofzo?

Bas is nu vier jaar dood. Je zou zeggen: nu weten we het wel.
We hebben er al die jaren gewoon over gepraat. En soms dus ook gehuild.
En nu opeens slaat het gemis toe. Dat ik een foto van hem zie en nu pas lijk te beseffen dat ik hem echt nooit meer kan zien.
Oma zei afgelopen voorjaar vlak voordat ze stierf: ‘Bas is vlakbij’, en ik hoop zo dat dat zo is. Dat hij haar is komen halen, dat hij mij ook ooit komt halen. Dat ik hem dan weer zie. Want ik mis hem zo.

We zijn bijna als een tweeling opgegroeid, alles deden we samen. Toen hij eerst een boze puber en later suïcidaal werd, hield dat op. Ik werd ontzettend boos op hem en ben dat ook jarenlang gebleven. Hij was naar toen, manipulatief, gemeen zelfs. Hij zette mij enorm onder druk, door steeds te dreigen met zelfmoord, terwijl ik daar dan niks mee kon. Ik was 15 en compleet machteloos.
Om die reden heb ik hem een paar jaar min of meer links laten liggen. We gingen wel met elkaar om, maar er zat iets tussen. Met die boosheid kon ik niks, want ergens begreep ik ook wel dat hij er niet echt iets aan kon doen dat hij zich zo gedroeg.
In zijn laatste jaar ging het beter. Het ging beter met Bas, dat dachten we allemaal. Hij haalde een diploma, had een leuke baan, had vrienden.
Ik gaf een feestje voor mijn 18e verjaardag en nodigde veel vrienden uit. Bas was de ‘doorbitch’, hij moest in de gaten houden of er geen gekke dingen gebeurden, of het huis niet werd gesloopt, of er niet teveel werd gezopen. Hij zat daar dus, op m’n feestje, buiten op de bank, chill met een sigaretje en een biertje. En hij kletste met mijn vrienden. Voor de meesten van hen was dit een eerste kennismaking met mijn broer. En ik was zo trots op hem, die stoere, zachte, slimme gast met zijn lange blonde krullenpaardenstaart.
Een paar maanden later was hij dood.

En het is nu opeens dat ik steeds maar denk: hij komt echt niet meer terug, hij is echt weg, ik zie hem nooit weer. Totale paniek voel ik dan. Reddeloos, machteloos, alsof ik verzuip in mijn verdriet.
Laat dit alsjeblieft een fase zijn en laat deze fase gauw voorbij zijn. 

13 Reacties

  1. Colly

    Het is een fase, lieve Marie. Met daarna weer een periode van berusting, of in ieder geval een pauze in alle verdriet die je af en toe zo overspoelt. Al die tranen, zijn vloeibare ik-hou-van-joutjes. Zonder liefde geen rouw.

    Het mag er zijn, hij verdient het. Hij was zo belangrijk voor jullie. Als ik aan Bas denk, is mijn vaste beeld trouwens ook bij een feest, bij de deur met een sigaretje. Het feest dat je moeder 50 werd. Een mooi beeld om hem zo in gedachten te houden.

    Antwoord
    • Patti

      Ach ja, mijn verjaardag. Wat leuk dat je je hem zo herinnert.
      En mooi, die vloeibare ik-hou-van-joutjes <3

      Antwoord
  2. Inge

    Broers en zussen vormen doorgaans de langste relatie in je leven. Er klopt weinig van. Goed geschreven. Sterkte, Marie❤️

    Antwoord
    • Patti

      Dank je wel, namens Marie <3

      Antwoord
  3. Stephanie

    Gaat het over? Nee, soms niet. Soms komt weer even dat rauwe terug. Tenminste.. bij mij dan (na 23 jaar en dan met mijn zus 😉 Maar er kwamen gelukkig wel ruimere periodes tussen. Er kwamen momenten dat ik zelf toe wilde geven aan dit verdriet en het ook toestond of er naar verlangde. Gek genoeg hoort het ook bij houden van en missen. En op andere momenten kwam of komt het niet zo goed uit en slik ik dapper en kan ik ‘er langs’. Jeetje, jij kunt ook al zo prachtig schrijven en verwoorden wat je voelt! Hoe knap ♥

    Antwoord
    • Patti

      Dank je wel, namens Marie <3
      En fijn dat je je ervaringen deelt. Je beschrijft het heel invoelend.

      Antwoord
  4. marten

    Dankjewel Marie en Patti, schrijf ik tussen de tranen door, denkend aan Sjoerd en Bouwe onze twee zonen die nu de weg in het leven zoeken met altijd het gemis van Tjerk, onze jongste zoon en hun ‘ broertje ‘, het missen gaat niet over en de tranen keren terug. We praten over hem en zo is het. Ik wens jullie alle goeds en liefde in wat langs komt.

    Antwoord
    • Patti

      Ach Marten, je kleintje. Wat is het zwaar hè…

      Antwoord
    • Ilonja

      Hoi Marie, je schrikt van het verdriet dat even alles overneemt, je schrikt van het besef dat Bas echt niet meer terugkomt. Hij kwam juist in alle hevigheid even terug. Jouw liefde voor hem was er volledig en nam je geheel in beslag. Dat laatste gun ik je! X

      Antwoord
      • Patti

        Ach Ilonja, ik schiet hier helemaal van vol. Dank je wel x

        Antwoord
  5. Ida

    Toen mijn zusje op 32 jarige leeftijd was verongelukt, sprak ik over mijn verdriet met een vriend. Een stoere cafébaas met veel bravour. Hij zei mijn zusje van destijds 16 jaar is 19 jaar geleden ook verongelukt en nog steeds overvalt me af en toe een dikke huilbui.
    Ik dacht toen: zou dat echt zo zijn, en ja hij had gelijk, maar hij zei ook: ik kan dan ook weer even stilstaan bij de mooie herinneringen. Alsof het af en toe even heftig moet zijn en dat ik daarna weer kan genieten van mijn eigen leven..

    Antwoord
    • Patti

      Mooi, Ida. Tranen maken dus echt plaats voor de rest van je leven, zoals jij het omschrijft. X

      Antwoord
  6. Karin

    Lieve Marie, het blijft een wond met een dun velletje dat af en toe weer even stuk gaat. En dan wordt je door een golf van verdriet overmeesterd – hij is écht weg besef je terwijl de golf in je gezicht slaat. Terwijl hij tegelijk nog zo dichtbij je is.
    Ik ben het met je moeder eens dat je die tranen dan even ‘lekker’ moet laten lopen. Het werkt voor mij althans altijd heel bevrijdend. (Ik huil ook niet vaak of makkelijk.)
    Prachtig geschreven.

    Antwoord

Een reactie versturen

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Lotgenoten

Het verhaal van Joyce

Joyce verloor haar man toen ze beiden nog maar piepjong waren. Ze vertelt hoe ze zichzelf en haar, toen nog kleine, kinderen op de been hield en houdt.

De motor van Jan

Pin It on Pinterest