Wat gebeurt er met je?

Je bent jong en je verliest iemand die dicht bij je staat aan zelfdoding. Dat is verschrikkelijk om mee te maken. Meestal is een zelfdoding onverwacht, dus je schrikt ervan.
In de periode tussen het sterven en de uitvaart kun je een beetje wennen aan het idee dat jouw dierbare er niet meer is. Maar meer dan een beetje is dat nog niet. En na de uitvaart lijkt het alsof de wereld weer gewoon doordraait, terwijl jij nog steeds aan het schrikken bent.

Je bent niet de enige. Jaarlijks maken bijna 2000 mensen in Nederland een einde aan hun leven. En bijna allemaal laten ze dierbaren achter: kinderen, ouders, broers en zussen, opa’s en oma’s, overige familie, vrienden, klasgenoten, collega’s.
Dat jij dit dus van dichtbij meemaakt is niet heel bijzonder. Maar je rouwproces is dat wel. Iedereen doorstaat dit verdriet op zijn of haar eigen manier. Dat kan maken dat je je heel eenzaam voelt.
Mensen om je heen begrijpen vaak niet waar je doorheen gaat. En veel mensen vinden het eng en ontwijken het onderwerp. Misschien ontwijken ze jou zelfs wel.

Zijn jouw ouders of verzorgers zelf ook in de rouw, dan kan het zomaar gebeuren dat niemand echt opmerkt hoe jij erbij zit. Vaak krijgen de ouders veel meer aandacht, alsof het verlies voor hen erger is dan voor jou.
Dat klopt natuurlijk niet. Niet alleen lijd jij ook dit enorme verlies, je bent ook nog eens in ontwikkeling, jouw levensfase is al moeilijk genoeg zonder groot verdriet erbij.

Wij willen dat er meer over kan worden gepraat. Dat jouw omgeving een beetje begrijpt wat je doormaakt, zodat je het er gewoon over kunt hebben.
We willen je uitleggen dat wat je ook voelt – verdriet, boosheid, angst, woede, maar misschien ook wel opluchting en soms zelfs blijdschap – dat dit allemaal oké is. Alle gevoelens horen erbij.

Merk je dat je zelf zo depressief wordt dat je ook denkt ‘hoefde ik maar niet meer te leven’, zoek dan alsjeblieft contact met je huisarts of met 113.

Verderop vind je meer adressen voor hulp en informatie. Je hoeft dit niet alleen te doen!

 
Kenmerken van rouw (bij jongeren)

Voor kinderen en jongeren in de rouw geldt hetzelfde als voor ieder ander persoon: geen enkele rouwende is hetzelfde. Weet dat geen enkel gevoel raar is.

Een aantal zaken zijn wel min of meer algemeen:

  • Je hebt een lagere concentratiespanne.
  • Je bent moe.
  • Je bent snel overprikkeld en raakt sneller geïrriteerd.
  • Je bent sneller emotioneel, en dat betreft alle emoties uit het spectrum. Je kan dus ook zomaar heel boos zijn, zonder zichtbare of duidelijke aanleiding.
  • Je weet niet wat je wilt. Zelfs een vraag als ‘wat wil je eten?’ vind je moeilijk te beantwoorden
  • Je kan terugvallen in leeftijd, je merkt opeens dat je je gedraagt als iemand die jonger is.
  • Je kan je schuldig voelen over de dood van de dierbare, ook al weet je dat je er geen schuld aan hebt.
  • Je kan vinden dat je zelf geen recht hebt op verdriet, omdat dit voor je ouder(s) veel erger is. Nog erger: je omgeving kan dit ook vinden.
  • Je wilt graag ‘normaal’ gevonden worden en bij de groep horen. Dat kan betekenen dat je je gedraagt alsof er niks aan de hand is. Je bent dan vrolijk aan de buitenkant, terwijl je je diep vanbinnen eenzaam en ellendig voelt.
School of werk

De meeste kinderen en jongeren die de suïcide van een dierbare meemaken, moeten doorgaans na verloop van tijd terug naar school of studie. De een gaat al meteen de volgende dag naar school, waar een ander liever een paar weken thuisblijft. En waar de een zich prettig voelt in de klas, zal een ander zich juist afzetten tegen de dagelijkse routine.

De gang naar school is niet altijd eenvoudig. Iedereen voelt zich zichtbaar ongemakkelijk, zowel docenten als medeleerlingen.
Jij als rouwende voelt dit vaak haarfijn aan. Maar het is zo goed als onmogelijk om daar wat van te zeggen, zonder de aandacht op je te vestigen.
Eigenlijk zou je graag willen dat mensen begrijpen dat je hoofd het even niet zo goed doet en dat je ook weinig belangstelling hebt even voor de alledaagse zaken waar anderen mee worstelen. Tegelijk  wil je liever niet opvallen in de groep, je wilt er gewoon bijhoren zoals voorheen.

Wat je merkt, is dat je klasgenoten zich bezighouden met zaken die jou niet boeien. Jouw hoofd zit vol met het grote verlies. In de les heb je moeite je aandacht erbij te houden. Je merkt opeens dat er heel veel herrie is in de klas.
Sommige leerlingen in de rouw merken op dat er achter hun rug wordt gefluisterd. Men vindt het interessant dat je zoiets ergs hebt meegemaakt. Tegelijk ontwijken mensen je een beetje. Waarschijnlijk weten ze niet zo goed wat ze moeten zeggen.

Ook leraren weten vaak niet hoe ze met je moeten omgaan. Ze begrijpen niet waar jouw gebrek aan concentratie vandaan komt. Misschien vinden ze het ook wel een beetje eng, zo’n kind met groot verdriet.
Bovendien weten veel mensen oprecht niet dat rouwen niet betekent dat je altijd verdrietig bent, maar dat je dus ook extra prikkelbaar kunt zijn juist.

Verwijs je medeleerlingen en je leraren naar de pagina’s op deze site die hen meer informatie bieden. En probeer begeleiding te krijgen binnen school: iemand die met jou meekijkt naar wat je nodig hebt. Misschien moet je kortere dagen naar school. Misschien zijn er vakken die je niet perse hoeft te volgen. Zorg dat je er ook op school niet alleen voor staat!